Vaarregels
Op deze pagina tonen wij u een overzicht van alle regels die gelden op het water in Nederland.
Regels op het water
Ook op het water gelden belangrijke regels die bijdragen tot orde en veiligheid op de wateren. Ter ondersteuning van deze veiligheid is naast alle regels ook het vaarbewijs in het leven geroepen.
Voor het merendeel van de boten die op deze website worden aangeboden is echter geen vaarbewijs vereist.
In Nederland moet men in het bezit zijn van een Klein Vaarbewijs voor het besturen van pleziervaartuigen vanaf vijftien meter lengte en motorboten die sneller kunnen varen dan 20 kilometer per uur. Het Klein Vaarbewijs wordt afgeven vanaf achttien jaar.
Schippersbegeleiding
Mocht het uw eerste keer zijn dat u een boot gaat huren en u wilt het zekere voor het onzekere nemen, dan bieden veel bedrijven in de botenverhuur wel een soort van schippersbegeleiding aan. Dit houdt meestal in dat u eerst enige uitleg krijgt over de huurboot en de regels op het water. Daarna vaart een ervaren schipper met u mee om u de belangrijkste kneepjes bij te brengen die voor u moeten leiden tot een zorgelose vakantie, midweek of weekend op uw huurboot.
-Allereerst geldt er op het water uiteraard ook een maximum snelheid. Deze kan verschillen in 6, 9 of 12,5 kilometer per uur.
-U dient de beroepsvaart altijd voldoende ruimte te geven. Houdt u hiervoor het midden van de vaarweg vrij.
-Vaar indien mogelijk aan stuurboord (rechts)
-Zorg dat u op de hoogte bent van het gebruik van de navigatieverlichting en gebruik deze dan ook op de juiste wijze.
-Voorkom gevaarlijke situaties door niet te laveren op drukke wateren, niet van koers veranderen als u de situatie om u heen nog niet hebt ingeschat en houd de situatie om u heenvoortdurend in de gaten, zeker ook de situatie achter u.
-Aanleggen doet u uiteraard alleen daar waar het is toegestaan. Voorkom bij het aanleggen en wegvaren wederom gevaarlijke situaties.
-Volg bij bruggen en sluizen altijd de aanwijzingen van de brugwachter en sluiswachter op.
-Laat voor bruggen en sluizen en in de sluizen uw boot nooit onbemand of zonder schipper achter.
-Hou bij de beroepsvaart en grote schepen altijd rekening met de lange stopweg van deze schepen, hun grote draaicirkels en sterk verminderd zicht in de dode hoeken.
-Is er sprake van stuurboordwal, havens of hoofd- en nevenvaarwegen, dan moet een klein motorschip uitwijken voor een klein zeilschip. Voor kleine motorschepen onderling geldt nu wel rechts gaat voor.
Kleine schepen onderling kennen de regels zeil over stuurboord wijkt voor zeil over bakboordboeg.
-Op bochtige rivieren kiezen veel opvarende schepen voor de kortere binnenbocht. Zij gebruiken dan het blauwe bord als teken. Tevens wordt het blauwe bord gebruikt om aan te geven dat het schip naar een aanlegplaats aan de 'verkeerde wal' wil varen. Vertrekkende schepen moeten aan de overige vaart voorrang verlenen.
-Is er aan bakboordzijde van een groot schip weinig ruimte, wijk dan duidelijk waarneembaar naar uw bakboordzijde uit. De stuurboordwal is ondergeschikt aan de blauwe-bordregel.
-Heeft u een marifoon, dan bent u verplicht uit te luisteren op het aangewezen marifoonkanaal. Dat is op alle vaarwegen kanaal 10, behalve op die plaatsen waar voor de veilige navigatie, blokkanalen zijn ingesteld. Deze marifoonblokkanelen zijn aangegeven door het bord B11 (BPR) langs de vaarweg
-Schepen met één of meer blauwe kegels of lichten, zijn geladen met gevaarlijke stoffen. Blijf uit de buurt en het is verboden daar aan boord te gaan.